Nederlandse-gedichten

God wil ieder mens bereiken
Elk Zijn liefde laten merken.
En hen daarmede versterken
royaal schenkend nooit beperken.

Wie door Gods liefd' wordt gedragen
Leidt Hij door de levensdagen.
Op Gods woord kan men vertrouwen
Laat elk mens Zijn heil aanschouwen.

God wil ieder mens verblijden
En nooit van hun zijde scheiden
Elk met liefde overladen
Beschermen voor verdriet en schade
Smeekbede.
Heer blijf ons ’t leven mogelijk maken.
Dat al het kwaad rondom verdrijft.
En met Uw sterke hand aanraken,
en niet meer onder ons verblijft.
Zodat wij bevrijd adem halen,
En u ons met Uw heil verblijdt.
Heer laat ons vreugde overkomen
Die ons tot heil en vrede leidt.
Gods hand blijft ons met liefde strelen,
ons daarmede Zijn gaven delen.
Waar geen einde aan zal komen
en geen mens ooit van kan dromen.
Zo blijft God met zegeningen
Zijn beminden steeds omringen.
En elk daarmee overladen
als de blijk van Zijn genade.
Die Hij telkens met genoegen
altijd weer aan toe doet voegen.
Ik ben een mens van vrede,
die graag liefde en aandacht biedt.
En die ook rond wil delen,
Zoals Gods woord gebiedt.
Ik zoek naar medestanders,
Om 't samen makend waar.
Met aandacht voor de ander
makend Gods opdracht waar.
Voelt u zich ook geroepen
Die samen vormt een groep,
Die naar Gods woord doet handelen
Met gehoor gevend aan Gods roep.
Het stralend licht dat God belooft
Blijft altijd branden nooit gedoofd.
Daardoor ontstaat een blijde sfeer
waarin wij zingen God ter eer.
Die jubelzang gaat eeuwig door
Tezamen met het engelenkoor
Zingen wij samen melodieën
Met d’ allermooiste harmonieën.
Maak door uw woord en liefd gebaar
de aandacht voor uw naaste waar.
Schenk hem uw tijd die nodig is,
te luisteren naar zijn gemis.
Zodat u uw hart openstelt
voor wat uw naaste u verteld.
Goed luisterend zijn hart verlicht,
Tot hem uw juiste woorden richt.
Waarmede u zijn nood verlicht.
Dit is de taak die God oplegt
Elk die in Hem gelooft aangezegd.
Eens breekt Gods bevrijdingsdag aan.
Als wij de hemel binnengaan
Ontvangen dan een nieuw bestaan.
En wij genodigd op het feest
Zoals nooit eerder is geweest.
Want in het gouden licht dat straalt
Worden wij door God ingehaald.
Op 't blijde feest met brood en wijn
Daar laat God altijd vreugde zijn.
Elk krijgt van God een vaste plek.
Verrast ons met bekroning
Gods feest dat altijd voortgang heeft
Wordt door allen intens beleefd.
Zie hoe ’t eind der tijden nadert,
God ons voor ’t oordeel vergadert.
Bokken van de schapen scheidend.
En zijn schapen doet verblijden.

Dan laat Hij Zijn heil beginnen,
Voor elk die de Heer beminnen.
Want met God zijn Zoon als herder
Leidt Hij uitverkorenen verder.

Dan toont Hij ons d’ heerlijkheden
die wij saam met Hem betreden.
En God onze dank bewijzen
Hem met lofgezang te prijzen.

Eindelijk veilig thuisgekomen
Dan vervult God onze dromen.
Want samen met Hem te leven,
Laat ons Zijn heil beleven.
Als men bidt tot God de Vader
Komt Hij ons met liefde nader.
Zal de smeekbeden verhoren
Die opklinken tot Zijn oren.
Rust en vrede laat Hij dalen
Om ons hart aan op te halen.
Alles mag men God vertellen
Angst en verdriet die beknellen.
Als wij aan Gods hand gaan wandelen
Zal Hij ons met liefd' behandelen.
Ons met vrede te gedenken
Die Hij graag aan ons zal schenken.
Gods hand valt niet te vermijden
Met Zijn zegen ons verblijden
Nimmer zal Hij van ons scheiden
Maar ons steeds met liefd geleiden.
Door het leven de tijden

Laat Hem het doel en pad bepalen
En met Hem onze thuiskomst halen.
Aan ons ’t eeuwig thuisfront tonen.
Om voorgoed bij Hem te wonen.
Waarmee Hij ons zal belonen.

Liefdevol laat Hij ons weten.
Dat wij eens aan Zijn feestmaal eten.
Wat Hij ons dan aan zal bieden
En naar Zijn woord zal geschieden.
Dat uit ’s Heren mond zal vlieden.
God ziet vanuit de hemel neer
Op al 't menselijk verkeer.
Hij spreekt met regelmaat ons aan
hoe men met elkaar om moet gaan.
Met regelmaat klinkt tot ons 't woord
hoe 't in ons leven met ons hoort.
God wil dat we Hem gehoorzaam zijn,
En liefdevol voor groot en klein.
En wij in onderlinge sfeer
Naar ’t woord gaan leven van de Heer.

Laat God maar de weg bepalen
Waarop men niet kan verdwalen.
Om met Hem het doel te halen.
Die onsnleidt in ’s Hemels zalen.
Zijn geliefden zal verrassen
Wat het best bij elk zal passen
En elk rijkelijk doen omringen.
Voorzien van Zijn zegeningen.
Als Gods hand op ons zal rusten,
Daalt Zijn liefde en vrede neer.
Die Hij ons graag laat ervaren
En zorgt voor een blijde sfeer.
Alles wat komt uit Gods handen
Daarmee schept Hij liefdebanden
Waarmee Hij ons hart verblijdt
Die Hij daarin ruim laat landen
Veilig door Hem voortgeleid
Als wij óns aan Hem overgeven
Dan heeft elk een heerlijk leven
Dat aan Hem is toegewijd.
Als God de slijpsteen gaat hanteren,
kundig en met een vaste hand.
Zijn vakmanschap doet etaleren,
u maken wil tot diamant.
Polijst Hij eerst de ruwe kanten,
dan elk facet naar Zijn ontwerp.
En schitteren doen naar alle kanten,
tot Hij de kroon ziet op Zijn werk.

Het slijpen kost Hem vele uren,
met veel geduld en wijs beleid.
Hoe lang dat het proces zal duren,
is niet belangrijk God heeft tijd.
Voor God is haasten overbodig,
u zult voor Hem een sieraad zijn.
Daarvoor heeft Hij Zijn slijpsteen nodig,
totdat u flonkerend zult zijn.

U moet als diamant gaan vonken,
die liefde schittering verspreidt.
Om met de glans door God geschonken,
door Zijn vakkundigheid bereidt.
De kracht ervan steeds uit te stralen,
die anderen met zijn glans verblijdt.
En van Zijn liefde doen verhalen,
de Zijne en van u verspreidt.
Laat vertrouwend God maar zorgen,
Veilig in zijn hand geborgen.
Liefdevol met zegeningen,
Ons daar rijkelijk mee omringen.
God Hij wil ons veilig leiden
Naar ’t land van ons verblijden.
Niets laat God aan het toeval over
Hij is immers de getrouwe,
Waar een ieder op kan bouwen.
Zet je geest eventjes stil
om te luisteren wat God wil.
Biedt Hem open hart en oor
Hem te volgen in Zijn spoor.

Doe precies wat God je vraagt
handel naar wat Hem behaagt.
Aan jou wijst de rechte baan
die jij aan Zijn hand zult gaan.

Wegwijzer blijkt God de Heer
en bewijst dat dagelijks weer
steeds de goede afslag neemt
waar je niet van Hem vervreemd.
Als alles wegvalt in je leven,
Ga dan in gebed tot de Heer.
En leg je zorgen voor Hem neer.
Hij zal met liefde naar je luisteren,
En zorgt voor een ontspannen sfeer
Bevrijdend van wat je doet kluisteren.
Laat weer bevrijdend adem halen
En weer je blijdschap gaan bepalen
Dat blijkt steeds weer het loffelijk streven
Waarmee de Heer U wil omgeven.
U weer verblijd mag verder leven.
Word wijs en handel naar Gods woord
Gesproken dat men heeft gehoord.
Wat is het nut dat men verstoort
Dat men naar Gods stem niet meer hoort.
Waarom maakt men geen ommekeer
Klinkend door woorden van de Heer.
Want aandacht zorg liefde en bemin
Dat is het leven naar Gods zin.
In tien geboden ons vermeld.
Als richtlijn voor ons opgesteld.
Want elk die handelt naar Gods woord,
Bereikt aan Zijn hand d’ hemelpoort.
Heer laat mij spelen tot uw eer, 
met ’t orgelspel ’t kerkvolk leiden.
En daarmee hart en ziel verblijden
Zodat er lofliederen klinken
Waardoor de woorden op doen blinken
Wanneer die voor Uw troon weerklinken.

Laat uit ons hart de vreugde stromen
En voor Uw oog doen samenkomen.
Om daarna naar Uw woord te luisteren
Wat U met Uw liefde voor onze oren
In de prediking laat horen.
Voor ieder in Uw huis zal dalen
Waar elk zijn hart aan op zal halen.

Laat ons met vreugd Uw naam lof zingen,
Die tot Uw woning door zal dringen.
Met hart en ziel Uw naam doen eren
Waarneembaar tot in d’hemelsferen.
En samen met de engelenkoren
De lof doen klinken in Uw oren
En die met vreugde aan te horen
De maatschappij is in verval.
Dat bespeurt men steeds overal.
Zij gaat steeds harder achteruit
En tot steeds meer geweld besluit.
Steeds meer gewonden doen er zijn
Een lange rij van groot en klein.
Wat hebben haat en nijd voor zin,
Men vergeet liefde en bemin.
Men leeft niet naar de wens van God,
en houdt zich niet aan Zijn gebod.
Zijn woord dat wordt niet nagestreefd
Dat men tesaam in vrede leeft.
Want zorg en aandacht voor elkaar,
Maakt menigeen steeds minder waar.
Zo gaat de mensheid in getal
veel dieper zakkend in verval.
Goed zijn voor uw medemens
Is Gods opdracht en Zijn wens.
Toon aan God uw liefd'bewijs,
Met uw medemens op reis

Richt u dagelijks steeds weer
Naar de opdracht van de Heer.
Die u beiden graag geleid
Opweg naar Zijn heerlijkheid.

Weet God zal uw handelen prijzen,
Voor uw naaste liefd bewijzen.
En om beiden aan te komen
Eenmaal in ’t Godshuis opgenomen.